Pas op de plaats

IMG_3147

Het klinkt zo dramatisch: ‘Ik ben overspannen, ik las een pauze in.’ Ik plaatste deze boodschap een paar dagen geleden op facebook. De hoeveelheid reacties was overweldigend. Ik voelde me gesteund, gehoord en getroost. Maar ik voelde ook verbazing. Want veel reagerende mensen gingen er van uit dat ik me nu heel naar voel, dat even stoppen met vooral werkgerelateerde activiteiten me zwaar zou vallen.

Zo is het dus niet.

Juist de maanden waarin ik koppig probeerde vol te houden, alles netjes te doen zoals ik het afgesproken had, ook nog ja bleef zeggen op nieuwe vragen en opdrachten; die maanden waren zwaar. Maanden waarin ik stijf stond van de spanning omdat ik zoveel zorgen had om een van mijn kinderen en ondertussen werkte aan het verhaal over Emma’s leven met anorexia. Maanden waarin ik op onmogelijke tijden werkte om maar te voldoen aan alle eisen die ik mijzelf stelde en toch overdag thuis te zijn voor mijn kind.

Ik ben de enige niet die zich in dit soort bochten wringt. We hebben allemaal onze al dan niet betaalde bezigheden, zorg voor eventuele kinderen en of mantelzorg. Ik ben misschien wel een van de weinigen die de luxe heeft om een behoorlijke periode geen werk aan te nemen, omdat ik een partner heb die in ons onderhoud kan voorzien. Daar ben ik heel dankbaar voor.

Een beetje moed vraagt dat ook wel. Want wat als er over een paar maanden niemand meer zit te wachten op mijn lezingen of workshops? Wat als schrijvers andere coaches gezocht hebben om zich te laten begeleiden? Wat als ik nergens meer aan de bak kom als schrijfdocent? Wat als ik nooit meer de rust krijg in mijn hoofd om een mooie roman te schrijven?

Angst is een slechte raadgeverhield ik de mensen die ik in de tijd dat ik als coach en trainer werkte, voor. Ik coachte veel mensen die burnout waren. De worsteling om werk en aanzien (een tijdje) los te laten, heb ik vele malen van dichtbij gezien. Zelf ben ik ooit ook door die woestijn getrokken, nu alweer twintig jaar geleden. Maar wat heb ik veel geleerd van die burnout: eerder stoppen, meer pauzes nemen, met grote regelmaat evalueren welke bezigheden me blij maken en welke alleen maar energie kosten, rennen afwisselen met rusten. En vooral: heel veel buiten zijn. De natuur heeft zoveel meer helende kracht dan multivitamines of CBD-olie.

In de afgelopen decennia zijn er opnieuw periodes geweest waarop ik pas op de plaats moest maken, net als nu. Toch is er vooruitgang. Steeds eerder zie ik dat ik rust moet nemen, de periodes dat het goed gaat worden langer, de dalen waarin ik soms toch wegzak worden minder diep.

Dat maakt dat ik de pauze die ik nu neem eigenlijk als heel positief ervaar. Ik mag zomaar maandenlang mijn tijd vullen met dingen waar ik blij van word. Elke dag voelen waar ik zin in heb en dat dan gaan doen. Ik overdrijf natuurlijk. De zorg voor man, kinderen, poes en kippen; de huishoudelijke beslommeringen; tijd en aandacht voor mijn bejaarde ouders; aandacht voor zieke vrienden; het leven gaat gewoon door en vraagt mij om aanwezig te zijn. Maar daar tussendoor en omheen is er volop tijd voor mijn tuin, voor wandelen en yoga, voor concerten en boeken. En ook voor niets. Kortom: het gaat goed met mij, ook al slaap ik halve etmalen, huil ik bij de minste geringste aanleiding en is mijn geheugen zo lek als een mandje. Ik geniet elke dag van mijn besluit.

Pauze nemen.  Ik kan het iedereen aanraden.

Noodgedwongen links

slak

Nee dit stukje gaat niet over politiek, niet over wat ik op 15 maart ga stemmen.

Niet links stemmen maar links doen is sinds een aantal maanden voor mij de ultieme uitdaging. En dan heb ik het niet over hoe te handelen in maatschappelijke kwesties, hoe ik mij gedraag tegenover vluchtelingen, bejaarden of uitkeringsgerechtigden. Ik gedraag me mijn hele leven al links, ik handel links, maar tot voor kort deed ik dat altijd rechts. Mijn leven lang heb ik nog nooit iets met mijn linkerhand gedaan. Nouja, die hand is soms een klein hulpje als er twee handen nodig zijn, maar dan wel een heel onhandig hulpje. Ik ben gewoon superrechts.

Helaas, mijn zo goed ontwikkelde rechterkant laat het al een tijdje afweten. De hernia die zich tussen de zesde en zevende wervel van mijn nek heeft genesteld, laat mij geen keus: ik moet leren om zo veel mogelijk links te doen.

Links staat voor langzaam, voor loom de handelingen uit te voeren die ik gewoonlijk snel-snel even tussendoor doe. Tandenpoetsen, appen, koffie zetten, mijn wimpers aanzetten met mascara, de was in de machine gooien, de kat eten geven, de gordijnen openen of sluiten. Mijn rechterhand wil zich al uitstrekken, grijpen, reiken. Pijn doet de beweging halverwege stokken, heftige tintelingen herinneren mij eraan dat ik alles links zou doen Mijn linkerhand krijgt de opdracht, bedachtzaam zet mijn arm de beweging in, aftastend hoe dat moet: tandenpoetsen, een pan op het vuur zetten, een apje sturen, de krant uit de brievenbus halen, iets opschrijven.

Meer dan 20 jaar geleden verhuisden mijn man en ik naar het oosten van het land. Tijdens de verbouwing van het huis waarin we zouden gaan wonen kampeerden we op een boerderijcamping een eindje verderop. Dagelijks sloegen we de boer gade, die in onze ogen tergend langzaam de hagen snoeide, het hooi verzamelde, de dieren voederde. Tot mijn man op een dag vol verbazing zei: ‘Het gaat zo langzaam, maar moet je eens zien wat hij in een paar dagen aan werk verzet heeft.’

Westerlingen waren we, die nog wennen moesten aan het tempo van de Achterhoek.

Een echt staccato-type noemt de mensendiecktherapeute mij. Maar ben ik dat of doe ik alleen maar zo? Nu ik gedwongen word te vertragen merk ik hoe fijn ik dat vind. Al jaren oefen ik mij in aandachtig aanwezig zijn in gesprekken, in de lessen die ik geef, bij wandelingen in de natuur of het beluisteren van muziek. Maar aandachtig bewegen, denken, schrijven en typen, daar was ik nog niet aan toegekomen. Nu dwingt de realiteit me tot stilstand of in ieder geval tot meer rust dan rennen. Dit is het jaar van de slak.

De roman die ik schrijf groeit ondanks mijn slakkengang met honderden woorden per week. Mijn rechterhand mag meedoen met typen, maar niet langer dan tien minuten achter elkaar. Dan vult de smiley van het Timeout-programma mijn scherm en sta ik op, aai met volle aandacht mijn kat en loop een rondje door mijn kamer. Meer dan zes keer tien minuten op een dag sta ik mijzelf niet toe.

En toch.. ik ervaar met verbazing wat ik zo vaak zie bij de slakken in mijn tuin: ogenschijnlijk is er geen beweging en toch komen ze vooruit.

Het lichaam weet het beter

 

balansJarenlang coachte ik mensen met stress gerelateerde klachten of een burn-out. De balans tussen rennen en rusten (her)vinden, adempauzes inlassen, op tijd ontspannen; in theorie weet ik er alles van af.

Ik ben bijna 53. Als scholier, als student, als werknemer als ZZP-er, als moeder, als mantelzorger, als vrijwilliger; welke rol ik ook vervul, vroeg of laat loop ik in de valkuil die overbelasting heet. Hoewel ik met het klimmen der jaren heus wel iets geleerd heb, wil mijn hoofd nog altijd sneller en meer dan mijn lijf.

‘Het lichaam heeft altijd gelijk,’ was mijn slogan, als de mensen die ik begeleidde klaagden over hoofdpijn, rugpijn of hartklachten. ‘Het schreeuwt om het veranderen van je levenswijze.’

Vanaf het moment dat het lukte van schrijven mijn beroep te maken verkeerde ik in de veronderstelling dat doen wat ik het liefste doe mij zou beschermen tegen overbelasting. Dat blijkt een illusie. Mijn hoofd wil nog altijd sneller dan mijn lijf aankan, ook als het om het schrijven van boeken gaat.

Ergens in het afgelopen voorjaar, – was het toen de krokussen bloeiden, toen de knoppen van de magnolia openbraken? Was het toen de avonden tot na elven nog licht leken te geven, de nachten te warm werden om te slapen?- bekroop mij het verlangen om niets meer te hoeven, weg te kruipen in een hol onder de grond. Een mij bekende heimwee naar verzorging in een ziekenhuisbed, naar zo ziek zijn dat ik alles uit handen zou mogen geven, deed wel een alarmbel rinkelen, maar de zomervakantie zou verlichting geven, zo stelde ik mijzelf gerust.

En inderdaad: een paar weken Italië, veel zon, veel rust, het was heerlijk. Alleen mijn rechterarm bleef pijnlijk en tintelend, het verlangen naar een groot niets, was na de vakantie nog net zo groot. Gelukkig stond er een schrijfweek gepland. Een week voor mij en mijn roman in wording in een hutje op de hei. Alle aandacht voor het verhaal dat ik schrijf, geen zorgen, geen huishouden, geen sociale verplichtingen. Een paradijs dacht ik.

Dat was het ook. Voor mijn gedachten, mijn ziel, mijn creativiteit, voor mijn ogen – de omgeving was adembenemend mooi-, maar niet voor mijn lijf. Tien uur per dag schrijven –lees typen op de laptop-, ik had er de concentratie voor, de ideeën, het enthousiasme en het doorzettingsvermogen. Maar mijn nek, schouders en armen konden dat tempo niet aan. Ik werd al snel gestraft met felle pijn in mijn schouder en arm. Niet lang daarna verloor ik het gevoel in mijn wijs- en middelvinger. Bij thuiskomst wachtten mij slapelozen nachten en dagen vol wanhoop over de pijn die alles overheerste. De neuroloog constateerde een nekhernia bij wervel C7.

‘Wie niet luisteren wil moet voelen,’ zei mijn moeder vroeger. ‘Als het kalf verdronken is dempt men de put.’ ‘Berouw komt na de zonde.’ Het Nederlands kent talloze gezegden en spreekwoorden die toepasselijk zijn op mijn situatie. Eindelijk heb ik het zit/sta bureau aangeschaft waar ik al jaren van droomde. Eindelijk heb ik een goed verstelbare bureaustoel in plaats van de oude eetkamerstoel die nu eenmaal zo gezellig stond in mijn werkkamer. Eindelijk heb ik ergonomisch advies aangevraagd. Eindelijk plan ik mijn agenda heel veel uren van rust, maak ik tijd om te wandelen en oefeningen te doen. Eindelijk heb ik een aantal vrijwilligerstaken af gestoten die me al een tijdje te veel waren. Eindelijk zeg ik nee tegen sociale en werk ”verplichtingen” die te ver weg en op een te laat tijdstip op de dag plaatsvinden.

Een nekhernia verdwijnt meestal vanzelf na gemiddeld zes maanden. Om een gewoonte te veranderen hebben we honderd dagen nodig. Ik ben een langzame leerling, ik hang aan gewoontes.

En zie: ik krijg zomaar honderdtachtig dagen om te leren cadeau. Wat een wijs lichaam heb ik. Ik hoop het niet meer te vergeten.