Levenstuinen

Ontdekkingen dicht bij huis; Het gebeurt me steeds vaker: op een steenworp afstand blijken prachtige plekken te zijn. Zo ontdekte ik pas na tien jaar wonen in het oosten van het land de prachtige Staringkoepel aan de Berkel, en pas afgelopen zomer ontdekte ik hoe mooi het gebied bij Lobith en Millingen aan de Rijn is. Zestig kilometer vanaf mijn huis. Het paradijs waarnaar we in de verte kijken ligt vaak vlak voor onze neus.

Een paar weken geleden nam een vriendin mij mee naar een bijzondere plek: De Levenstuinen van het Groot Hontschoten in Teuge. Teuge ligt vlak bij Zutphen, maar ik was er nog nooit geweest. Verbijsterd constateerde ik dat ik al bijna twintig jaar vlakbij een inspirerende en spirituele plek woon, zonder het te weten. Midden tussen de weilanden hebben Charles van de Nieuwegiessen en Hans IJzerman twee hectare mais- en weidegrond ontwikkeld tot meer dan twintig verschillende tuinen, verbonden door een pad, metaforisch voor het levenspad.

foto 3

Wandelend van tuin naar tuin, beginnend bij de tuin van de bevruchting, kan ieder zijn eigen route lopen. Van chaos, naar structuur, van felle kleurtuinen naar wit, van stilte naar warmte, van geuren naar donker, naar licht. Ook de tuin van de dood ontbreekt niet. Er zijn prieeltjes om in uit te rusten of thee te drinken, er is een kapel waar een kaars gebrand kan worden, er is een boedhistische tempel, een plek voor meditatie. Kuntswerken en dichtregels rijzen op in het gras en tussen de bomen en bloemen.

Mijn vriendin en ik slenterden tussen de herfstachtige tinten, onze vingers tikten de spingbalsemien aan, de zaden spatten alle kanten op, onze neuzen roken de nog bloeiende rozen maar ook de weezoete geurtinten van verrotting en schimmel. We lieten ons leiden door onze impulsen, rechts, links, een bocht, op ons gevoel, zoals we ons leven misschien ook wel graag meer zouden leiden. De onrust en zorgen die mijn leven altijd maar weer vullen, vloeiden weg op deze plek. Elke tuin bood zijn eigen energie, ik kon mij voorstellen dat er voor elk moment een geschikte tuin zou zijn.

We hadden maar een paar uur de tijd, maar ik zou hier makkelijk een hele dag kunnen doorbrengen. Mijmerend, schrijvend, mediterend, kijkend, ruikend, wandelend, rustend. Zo nu en dan een versnapering in het gezellige theepaviljoen. De tuin is vanaf November gesloten tot het voorjaar, maar ik weet nu al dat ik in april een dagje levenstuinen ga doen. http://www.levenstuinen.nl

lfoto 4

Advertenties

Orde in de chaos

Mijn tuin kleurt langzaam van groen naar geel, bruin en rood. De warmte waar ik deze zomer enorm van genoten heb trekt geleidelijk uit het huis. Nog even en de kachel kan weer aan.

Moe en ook wat moedeloos ging ik in juli de vakantie maanden in. Ik gaf mijzelf zes weken vrij van mijn computer in de hoop de muisarm die mij al maanden dwars zat te kalmeren. Het mooie weer gaf volop gelegenheid voor wandelen, fietsen en boeken lezen onder de parasol. De televisie bleef de hele zomer uit. Ondanks dat drongen de beelden van verdronken vluchtelingen, volgepakte kampen en treinen, colonnes lopende mensen op snelwegen en spoorbanen, tot mij door. Het was onvermijdelijk, de ellende en de chaos, niemand kon er meer omheen.

Het grote leed, de wereldproblematiek, zodra ik mij verdiep in macroproblemen stort ik in een valkuil die ik, hoewel ik weet dat hij voor mij ligt, toch nog altijd niet zomaar kan vermijden. Dit is mijn valkuil: ik raak verlamd, doe niets aan de grote problemen maar kom ook in mijn eigen bescheiden wereld tot stilstand. In het ergste geval met depressie tot gevolg.

Gelukkig heb ik in de loop der jaren een aantal manieren geleerd om als ik deze bui voel hangen, toch in beweging te blijven. Een daarvan is: OPRUIMEN

Dat is dan ook wat ik deze zomer wekenlang gedaan heb. Kamer voor kamer, kast voor kast, la voor la: spullen tevoorschijn halen, schiften, ordenen. En toen ik eenmaal op gang was volgde ook het schoonmaken en schilderen van al die kamers. Bij talloze voorwerpen vroeg ik mij af waarom ik ze ooit had gekocht, of ik ze nog nodig had en wie er nog iets aan zou hebben. Tot mijn grote geluk bleken er in de omgeving van Zutphen allerlei sites en facebookgroepen waarop je spullen kunt ruilen of weggeven. En tot mijn stomme verbazing bleek voor alles wat ik daar aanbood belangstelling.

Dag in dag uit belden mensen aan voor boeken, spelletjes, een oude gitaar, een mini e-reader, verrekijkers, fotolijstjes en een lampje, in ruil voor kippenvoer, een reep chocola of koffiecupjes. Vaak voor niets. De zak met knuffels ging naar een vluchtelingenproject, de doos met lapjes naar een school. Mijn moedeloosheid maakte plaats voor vrolijkheid en optimisme. Al surfend op het web ontdekte ik steeds meer mooie initiatieven. Ruilen, lenen, helpen, maatjes, minibibliotheken, adviezen. Heel veel goodwill en positieve energie, gewoon bij mij om de hoek.

De chaos is de wereld is een gegeven. Maar mijn huis is inmiddels schoon en fris en een stuk leger. Geen chaos maar orde. Ook weer in mijn hoofd.

Na de vakantie startte ik weer met nieuwe energie. Nog steeds niet genoeg om veel bij te kunnen dragen aan het oplossen van de grote wereldproblemen maar meer dan genoeg om op kleine schaal iets te kunnen bijdragen aan het welzijn van de mensen om mij heen en misschien ook wel aan het welzijn van de vluchtelingen die zonder twijfel binnen niet al te lange tijd ook naar Zutphen zullen komen.

foto

Brieven aan Lieneke

foto

In deze week van herdenken bladerde ik door een bijzondere verzameling brieven die ik na afloop van een lezing over Parnassia van de organisatoren kreeg. Die bewuste avond was op zichzelf al bijzonder. In de zaal zat een oude man die Auschwitz overleefd had. Mijn roman over de strijd om de Joodse onderduikkinderen na de bevrijding, de gevolgen van verlies van identiteit en wortels, had hem diep geraakt. Een paar rijen voor hem zat een dame die vertelde dat haar ouders een klein Joods jongetje schuil hielden tijdens de oorlog. Na de bevrijding werd hij opgehaald door zijn moeder. ‘Maar hij is talloze malen teruggekomen om te logeren. Nog steeds zie ik hem regelmatig. Hij is gewoon een van mijn broers geworden.’

Aan het eind van de avond kreeg ik een pakje. Ik maakte het open. In een mooi doosje met op de voorkant Brieven aan Lieneke zaten negen boekjes. Negen brieven van een vader aan zijn dochtertje dat in de onderduik Lieneke heette. Vader Jacob van der Hoeden schreef en tekende deze prachtige brieven en liet ze wanneer daar maar gelegenheid voor was bij zijn dochtertje bezorgen. Het hielp haar door eenzame jaren vol heimwee en dreiging heen. Tussen luchtige verhaaltjes vlocht hij met tekeningetjes en kleine hints korte boodschappen over hoe het met de rest van het gezin ging, Na lezing moest Lieneke ze altijd weer inleveren. Veel te gevaarlijk om te bewaren. Haar onderduikouders konden het echter niet over hun hart verkrijgen ze te vernietigen. Na de oorlog kreeg ze het hele pakketje mee. ‘Veel te mooi om te verbranden,’ zei haar pleegmoeder.

De boekjes zijn van een ontroerende schoonheid. De papa van Lieneke wist precies wat een klein meisje bezig hield en op kon vrolijken. De bloemen in het voorjaar, de lammetjes, hopen op Sinterklaas en haar verjaardag. Jacob van der Hoeden is een van de vele ouders die wanhopig manieren zochten om hun kinderen te beschermen tegen de verschrikkingen van de Jodenvervolging. De vader in mijn roman vertelt zijn dochtertje Rivka dat ze een tijdje mag wonen als een prinses in een sprookje, bij andere mensen in een mooi huis. De vader in La vita e bella, laat zijn zoontje geloven dat de oorlog een groot spel is. De vader van Lieneke schrijft en tekent: boekjes vol verhalen en prachtige afbeeldingen, vrolijk en luchtig. Deze kinderen overleefden de oorlog. Miljoenen anderen niet.

Het doosje met brieven is prachtig uitgegeven door uitgeverij Sirene. De brieven zijn heel geschikt om kinderen op eenvoudige wijze iets te laten voelen van wat het betekent om vervolgd en bedreigd te zijn. En niet alleen kinderen, ook voor volwassenen is het lezen van de brieven aan Lieneke zeker de moeite waard.

www. Sirene.nl Brieven aan Lieneke, Jacob van der Hoeden

Worsteling

Unknown

Ik staar naar mijn beeldscherm, gevuld met zinnen die iets zeggen, maar het is nog niet duidelijk wat. Mijn blik glijdt voortdurend weg van het scherm naar het raam waarachter mijn tuin lonkt. Het geel van de narcissen lijkt nog geler door het licht van de aarzelende lentezon, vogels hippen op het gras heen en weer, pikken hier en daar een worm of zaadje tussen de sprieten vandaan. De vogels in het essay dat ik schrijf hebben hun plek tussen de zinnen nog niet gevonden.

Sinds januari volg ik een masterclass essayschrijven bij de Schrijversvakschool Amsterdam, onder leiding van Willem Jan Otten. Acht mensen met heel verschillende levenservaring en deskundigheid, allemaal met schrijfervaring, worstelen hier met hun teksten. We bevragen elkaar op wat we willen zeggen, tot wie we ons richten, wat de urgentie is van de zoektocht in wat we schrijven. De stukken die we elke veertien dagen produceren gaan veelal over grote thema’s. Essayistiek is een zoektocht, in ieder stuk beklimt de schrijver een berg, wat op de top of daarachter te vinden is, is voor de schrijver zelf vaak ongewis. De feedback die we elkaar geven is soms niet mals, de discussies over het wat en waarom van de stukken gaan onvermijdelijk over wie wij zijn, hoe wij naar het leven en de wereld kijken. Wel of niet geloven, mystiek, leven en dood, politiek, de wil tot verandering, de onmacht daartoe, de wil tot begrijpen; vooral dat laatste is de terugkerende melodie in wat we schrijven. Willen begrijpen. We puzzelen en onderzoeken, we lezen en kijken films, schrijven en herschrijven, zoekend naar antwoorden op vragen die steeds weer nieuwe vragen oproepen.

Willem Jan Otten is een inspirerende docent. Hij biedt ons uitwegen uit het doolhof waarin wij al schrijvend en denkend verzeild raken. Bij het beklimmen van een berg heb je degelijk materieel nodig. Bij het schrijven van een essay is dat niet anders. Weten tot wie je je richt biedt houvast, net zoals het kiezen van een tijdsverloop. Het ensceneren en dramatiseren van kleine scenes maakt een tekst levendig en invoelbaar. Tijdens het schrijven wordt vaak pas duidelijk wat de kwestie is waar je je als schrijver over wilt buigen.

Zo is het ook met het stuk waar ik op dit moment aan werk. Ik worstel met het onderwerp, ik zoek naar wat ik zoek. Voorlopig heb ik het nog niet gevonden. Er zitten mooie alinea’s in wat er tot nu toe op papier staat. Maar mooie woorden zijn niet genoeg om echt iets te zeggen. Hoe vaak denk ik zelf niet bij iets dat ik lees: mooi opgeschreven, maar wat staat er nou eigenlijk? Dus puzzel ik voort in de hoop dat wat ik schrijf aan helderheid en scherpte gaat winnen.

Het is een worsteling, maar wel een leuke.

De gekte van de boekenweek

In de aanloop naar de net verstreken boekenweek, had ik in mijn grenzeloos optimisme ja gezegd op alle uitnodigingen om over mijn nieuwe roman Dwaallicht te komen vertellen. Dat resulteerde in een krankzinnig vol programma. In zeven dagen reisde ik van Zutphen naar Almere, Arnhem, Heemskerk, Gouda, en Hellevoetsluis. Gelukkig eindigde ik met een thuiswedstijd: een concertlezing in een boekhandel in Zutphen.

Vijf dagen voor de start van dit alles overviel mij de griep. Ik ben gezegend met een paniekstoornis, die speelde natuurlijk meteen op. De paniek over de griep breidde zich uit naar paniek over de volle week die eraan zat te komen, twijfel over de kwaliteit van mijn roman, angst voor de mensenmassa op het boekenbal, voor het reizen met de trein door de vele tunnels rondom Rotterdam, voor de metro die ik op weg naar Hellevoetsluis niet zou kunnen vermijden, voor de volle of juist uitgestorven zalen waar ik verwacht werd om mijn lezing te houden, mijn stem zou het begeven, ik zou stikken in een hoestbui, niet uit mijn woorden komen, verlamd raken door de blikken van het gapende publiek.

Het boekenbal heb ik niet gehaald. Mijn bed was op dat moment de enige plek waar ik wilde zijn. Maar zes van de zeven dagen die volgden bracht ik door in boekhandels, bibliotheken en een schouwburg. Mijn zenuwen kalmeerden nog voor aanvang van de eerste lezing toen een lezer vertelde hoe ze geraakt was door Dwaallicht; het plezier dat ik altijd heb in vertellen over mijn boeken, verscheen zodra ik de eerste woorden van de proloog voorlas.

In Arnhem was de opkomst klein, de eerste mooie lentemiddag lokte mensen naar buiten en niet naar de bibliotheek. Het resulteerde in een intiem gesprek met een twaalftal mensen, indrukwekkend en persoonlijk.

In Hellevoetsluis trok een avondvullend programma waar ik de eer had op te treden naast Auke Hulst en Marjolijn van Kooten, een volle schouwburgzaal. Mijn verhaal over angst en depressie sloot naadloos aan bij Aukes liedjes over het opgroeien met een waanzinnige moeder en zijn boek over een krankzinnige, beangstigende wereld en Marjolijns humoristische, theatrale voorstelling over paniek.

Ik kijk terug op een enerverende en bijzondere week. Het is een voorrecht om zoveel lezers te ontmoeten en te spreken. De scheidslijn tussen ‘gek’ en ‘normaal’ bleek ook deze week weer flinterdun. Een geruststellende constatering.JoshaZwaanBoekenweek_2

BUITENLEVEN

Vorige week zijn drie van onze kippen te grazen genomen door een steenmarter. Midden in de nacht hoorden we de kippen enorm kakelen. De volgende morgen vonden we in eerste instantie alleen maar veren. De ren waarin de kippen vrij kunnen lopen is behoorlijk groot, na enig zoeken vonden we tussen de struiken twee onthoofde en aangevreten kippenlijkjes. Toen we het spoor van zwarte veren volgden, liep dat onder het hek van de ren door naar het andere eind van de tuin. Onze prachtige, lieve, zwarte kip, een echte moederkloek, lag daar, nog tamelijk heel, alleen net als de anderen zonder kop.

Rare jongens (of meisjes) die steenmarters. Ze zien er poeslief uit. Google erop en aandoenlijke snoetjes verschijnen in beeld, wollige beestjes, een beetje eekhoornachtig maar dan de vleesetende variant. Het is een beschermde diersoort (sommige mensen vinden het leuk om zich met hun inderdaad prachtige vacht te omhangen), maar zelf vallen ze zonder mededogen aan op kippen die niet elke nacht veilig in een nachthok worden opgesloten. Ze verstoppen zich in spouwmuren, tasten de voegen aan, ze slapen onder de motorkap van auto’s en nemen als ontbijt flinke happen van de kabels. Menig auto in dit deel van het land weigert om die reden ’s morgens te starten.

Sinds we in het oosten van het land wonen houden we kippen. In achttien jaar is het de vierde keer dat onze gezellige eierleveranciers een gewelddadige dood gestorven zijn. Ook drie konijnen hebben er een aantal jaren geleden aan moeten geloven. Elke dag verdween er een. Op dag drie vond ik een stukje konijnenromp vlak bij het hok.

Buiten wonen is heerlijk, maar de natuur is bikkelhard.

IMG_1288

Eén kipje bleef over. Droevig scharrelt ze door de ren. Het gekakel is verstomd. Een klaaglijk to-ok? is het enige dat ze uitbrengt. Urenlang schuilt ze tegen de spiegel die al jaren tegen de haag leunt. Het glas is dof en groen uitgeslagen, maar toch neemt ze blijkbaar haar eigen bewegingen waar en zoekt gezelschap bij die onbereikbare schaduw. Het is droevig om te zien. Ik weet van de vorige keren dat de overgebleven kip steeds somberder zal worden. De steenmarter is blijkbaar verder getrokken, al dagen overleeft deze kip misschien wel bange nachten.

Toch durf ik nu niet voor gezelschap te zorgen. De kans dat de nieuwkomers verworden tot martervoer is me te groot. Er zit niets anders op: ons eenzame kipje gaat morgen naar de kinderboerderij van het werk van mijn man. In ruil voor een paar jonge kuikens. Maar dan wel pas over een paar maanden.

Eén middag sneeuwpret       

Zaterdagmorgen, het schemert nog. Door een witte wereld rijd ik met de trein naar het Westen van het land. Tenminste, dat is de bedoeling. Ik kom niet verder dan Arnhem, de sneeuw en ijzel boycotten het spoor en daarmee mijn reis.

Teruggekeerd naar mijn woonplaats besluit ik te profiteren van deze onverwacht lege dag. De aangenaam koude temperatuur en de sprookjesachtige sfeer die het lage winterlicht veroorzaakt, lokken mij voor een wandeling.

Een week geleden zijn de uiterwaarden van de rivier waaraan ik woon overstroomd. Plukken wit besneeuwde boomkruinen en riet, steken boven de eindeloze watervlakte uit. Voorzichtige zonnestralen leggen een snoer van glinsteringen over het geheel. De rust die meestal in de uiterwaarden heerst is ver te zoeken. Overal spelen kinderen in de sneeuw. Ouders helpen met het bouwen van sneeuwpoppen, langs het pad heeft een groepje jongens een enorme stoel van sneeuw gebouwd. Moeders trekken kleuters voort op ouderwetse houten sleetjes. Gillend laten grotere kinderen zich op de plastic twisters en glijschotels van nu, langs de dijk naar beneden glijden tot vlak bij waar de rivier het gras onder water heeft gezet. Een dun laagje ijs markeert de overgang. Al snel bestaat de sleehelling meer uit modder dan uit sneeuw, het maakt de spelende meute niet uit. Zo lang het kan moet er gesleed geworden, vliegen de sneeuwballen rond en wandelt het wat oudere publiek genietend door het landschap.

foto

Heel even zijn de verhalen van ouders die hun kinderen vertellen over vroeger meer dan dode plaatjes. Dagen, weken van leven in een witte wereld, knerpende sneeuw onder je voeten, kilometers lange schaatstochten over plassen en meren, niet naar school kunnen omdat de wegen onbegaanbaar waren, uitglijden zodra je een voet buiten de deur zette, ijsvrij. In mijn kinder- en tienertijd heb ik nooit beseft hoe zeldzaam koude winters in Nederland zouden gaan worden. Sneeuw en ijs waren zoveel vanzelfsprekender dan nu. Deze winterse zaterdagmiddag moet dus uitgebuit worden. Dat doe ik, samen met de spelende kinderen en de wandelende mensen. Een beetje weemoedig, dat wel.

Inmiddels is de sneeuw gesmolten, ik kijk naar mijn groene tuin, sneeuwklokjes in het gras, talloze neuzen van narcissen in de borders. Misschien wordt het in februari nog even winter, misschien zet de lente gewoon vroeg door. Ik besluit er hoe dan ook van te genieten.

Schoonheid als voedsel

De nissen in een van de gangen van het prachtige gebouw waarin het Gemeentemuseum van Den Haag gevestigd is, doen denken aan kleine kapelletjes. De hele sfeer in dit adembenemend mooie ontwerp van Dudok doet denken aan die van een klooster. De mystieke interpretatie die aan veel van de werken van Mark Rothko gegeven wordt, komt hier goed tot zijn recht. In elke nis hangt steeds één werk: enorme vlakken in veelal donkere tinten. De donkere vlakken op lichtere ondergrond doen mij aan ramen denken. Vensters naar een andere wereld, openingen misschien. Maar ze gunnen geen enkel doorkijkje naar licht of hoop, achter ieder venster ligt opnieuw duisternis, donkere diepte, misschien de eeuwigheid. Ik vind het moeilijk het mystieke karakter te ervaren. Hoe langer ik kijk, hoe meer ik ingezogen word in de depressie waar Rothko aan het eind van zijn leven in opging, waar hij aan bezweek. Een actieve daad, toch meer ondergang dan besluit.

Na Rothko moet ik even bijkomen, maar het vrije weekend dat ik mijzelf cadeau heb gedaan, vraagt om meer momenten van ontroering en verbijstering. Museum en theaterbezoek is het voedsel dat ik het liefste tot mij neem in mijn vrije tijd.
Nooit is mijn museumjaarkaart mij dierbaarder dan op dit soort dagen. Alle tijd om elk museum dat ik tegenkom binnen te lopen, zonder schuldgevoel of spijt als ik na een half uur besluit dat het weer genoeg is, of als ik me beperk tot het minutenlang staren naar slechts een enkel werk en dan het museum weer verlaat.
Van Den Haag voert mijn weg naar Haarlem. Dromerig dwaal ik door het Teylersmuseum. Ook weer een gebouw dat op zich het bezoeken al waard is. De wonderlijke collectie van fossielen, skeletten, meet- en onderzoeksinstrumenten uit vorige eeuwen, een zaal met negentiende-eeuwse schilderijen, aangevuld met een actuele expositie, biedt elk wat wils. In de enorme zaal met meetinstrumenten vind ik de elektriseermachine van Wimshurst. W.F.Hermans schreef ooit een prachtig verhaal over dit intrigerende apparaat. Mijn schrijvershart gaat sneller kloppen als ik me realiseer hoeveel meer verhalen over de veelheid instrumenten in dit museum, geschreven zouden kunnen worden. De geur van de houten vloer, de gloed van het koper van de installaties, de kleuren van de landen op de prachtige antieke globes, het Teylers is een schatkamer vol historie. Inspiratie voor boeken vol verhalen.
De Hallen, waar hedendaagse kunst tentoon wordt gesteld, biedt tegenwicht aan alle nostalgie. Videokunst over emoties, onder andere een kijkje in een denkbeeldige toekomst waarin we via inwendige chips met elkaar verbonden zijn en elkaars emoties kunnen waarnemen. Een angstig idee, ook stof voor verhalen, maar die moet iemand anders maar schrijven.
De avond vraagt om theater of filmbezoek. Om in de museumsfeer te blijven kies ik voor Mr. Turner, een indrukwekkende film over het leven van de Engelse schilder William Turner (1775 – 1851). Zijn tegenstrijdige karakter wordt onbegrijpelijk knap neergezet door Timothy Spall. De film is eigenlijk één groot schilderij.
Ik sluit mijn weekendje weg af met een wandeling langs het strand. Leunend tegen de wind met stormkracht doen mijn ogen zich te goed aan een Turnerachtig tafereel. Muren van water, witte schuimkoppen, glinsterend in de laagstaande winterzon. Tevreden vertrek ik naar huis. Gevoed met schoonheid, voorlopig kan ik de donkere kanten van het leven weer even aan.

William Turner Fisherman at sea, 1796

Muziek uit de hemel december 2014

De Waalse kerk ligt verstopt achter de schreeuwerige, met neonreclames opgetuigde panden op de Amsterdamse Wallen. Een hek, daarachter een inham tussen de huizen, op de achtergrond rijst een kerkgebouw op.  Elke zondag kun je er een kerkdienst in het Frans bijwonen. De rest van de tijd is het een prachtige plek voor concertuitvoeringen.
Ieder jaar probeer ik in de kersttijd te gaan luisteren naar muziek die daarbij past. Voor mij is dat meestal oude muziek, liefst vocaal. Deze keer heb ik gekozen voor het Epsilon ensemble. Het is een jong, Frans topensemble, gespecialiseerd in het uitvoeren van Oude muziek. Ter ere van de kersttijd voeren ze dubbelkorige renaissancemotetten voor de Advent- en kerstperiode uit, gecomponeerd door oa Palestrina, Morales en Phinot. Met name Phinot scheef opvallend subtiele, bijna doorschijnende polyfonie. Palestrina, toch een grote naam, was een groot liefhebber van Phinot.
De in kerstsfeer gehulde ruimte is goed gevuld. Tevreden constateer ik dat ik niet de enige ben die van deze muziek houdt. Ademloos luister ik naar acht stemmen, acht en toch één. Twee vrouwen, zes mannen, de klank van de tenoren mengt zich naadloos met de vrouwen, soms niet te onderscheiden wat vrouw of man is. Het doet er niet toe, hier zingt een engelenkoor, geslachtloos, gewichtloos, stralend, aanwezig en toch haast onzichtbaar. Als er engelen bestaan dan zingen ze ongetwijfeld dit soort muziek. Geen trompetgeschal, geen pauken zoals bij de aanvang van het Weihnachtsoratorium, geen effectbejag, De stem is het meest veelzijdige en indrukwekkendste instrument.
De zangers wisselen van plek. Een nieuwe klankverhouding vult de ruimte. De twee sopranen zingen een antifoon, hun stemmen smeden zich tot één, wie wie is is niet meer te onderscheiden. De overige engelen vallen in, vullen aan, omringen de vrouwenstemmen, leggen er bodem onder, de vrouwen tillen zichzelf tot grote hoogte.
Ik ken weinig mensen die van Oude vocale muziek houden. Alleen Johann Sebastian Bach heeft de eer door velen gekend te worden, maar die is dan ook een vertegenwoordiger van nieuwe ontwikkelingen in de vocale muziek tijdens de barok. Mijn favoriete componist: Heinrich Schütz is bij velen onbekend. Zijn Weihnachtshistorie, zoveel subtieler dan het oratorium van de grote Bach, wordt zelden uitgevoerd. Ik ben een groot liefhebber van de muziek van Bach. Maar de transparante klanken van de composities van Schütz ontroeren me diep. Mijn kast is gevuld met cd’s vol vocale muziek uit de middeleeuwen, de renaissance en de barok. Engelse, Italiaanse of uit Duitstalige gebieden afkomstige componisten, hebben hun eigen stem gevonden te midden van de polyfone muziek die ze componeerden. De teksten zijn vaak overgenomen latijnse kerkliturgieën; dat heeft iets geruststellends: de herhalingen van eeuwenoude woorden: hodie christus natus est,,,, qui tollis peccata mundi….magnificat…. Eindeloze herhalingen geven veel oude muziek een meditatief karakter.
               Verstilling die niet alleen voor mij, maar voor velen, broodnodig is als tegenwicht van onze overvolle levens.

Probeer het eens uit: kaarsje aan, ogen dicht, luisteren naar de Weihnachtshistorie van Schütz:www.youtube.com
En wie niet van kerst houdt: kies dan voor madrigalen van Monteverdi. www.youtube.com

www.oudemuziek.nl

Roeping: tussen droom en weerstand november 2014

Een paar weken geleden was ik een van de sprekers die genodigd waren een bijdrage te leveren aan een benefietprogramma ten behoeve van Stichting Kuychi. Ik schreef er al eerder over.
Helena van Engelen, (Kuychi), Inez van Oord (bedenker van Seasons en Happinez) en ikzelf werden geïnterviewd over de vraag wat ons bezielde toen we ons leven en werk een andere wending gaven. Kiezen voor je droom of je roeping: hoe doe je dat? En wat kom je tegen als je de stap durft te zetten?
Het verhaal van Helena was indrukwekkend. Ze vertelde hoe ze na een ingrijpende periode in haar leven door Peru reisde en de armoede en verwaarlozing van vooral de kinderen zag. ‘Ik werd geroepen,’ ze vertelt het zonder drama. ‘Het was duidelijk dat ik daar iets te doen had. En er groeide een plan.’ In de maanden voor haar definitieve vertrek naar Peru raakte ze soms ontmoedigd door de remmende reacties en de weerstand die haar besluit op riep. Dom, onverstandig, gevaarlijk, naïef, we kunnen jou niet missen, je bent hier ook nodig. Toch ging ze. Helena kocht een stuk land, bouwde een huis, een school, een gemeenschap. Het lukte haar om de bewoners van de heilige vallei nabij Cusco uit hun lethargie te halen, ze daagde hen uit om een bijdrage te leveren, mee te werken, in ruil voor scholing, gezondheidszorg, maar vooral zelfrespect.
Inez vertelde over het succes dat ze had als bedenker van Seasons en hoe ze toen ze niet meer genoeg voldoening uit haar werk haalde, een nieuw blad bedacht: Happinez. Het werd een enorm succes. Na een aantal jaren was Inez meer bezig met het managen van de onderneming die Happinez geworden was, dan met het creëren van nieuwe dingen. Maar daar lag haar hart: in het ontdekken, creëren en scheppen. Ze besloot Happinez te verkopen en haar leven een andere invulling te geven. Op dit moment werkt ze aan een boek waarin ze dit proces van loslaten beschrijft.
Ook Inez stuitte op verzet. Van anderen, maar vooral van haarzelf. Het opgeven van de zekerheid van haar baan en daarmee haar financiële zekerheid, beangstigde haar meer dan ze verwacht had. Ze had zoveel bereikt en nu zette ze alles op losse schroeven. Menigeen verklaarde haar voor gek. En toch moest ze het doen.
En dan mijn eigen, niet zo spectaculaire verhaal. Ik had een praktijk voor coaching en procesbegeleiding en had een zekere naam in de wereld van coaching en training. Ik kon er goed van leven. Maar diep in mijn hart wilde ik al heel lang iets anders: schrijven. Eigenlijk wist ik al vanaf de dag dat ik lezen kon wat mijn bestemming was: het schrijven van boeken. Een beetje schrijven deed ik altijd wel. Maar al mijn werktijd daaraan gaan besteden: dat leek lange tijd onmogelijk en ook naïef. Een miljoen Nederlanders schrijft in zijn vrije tijd aan een boek. Mijn droom was niet bepaald origineel. Toch kwam er een dag dat ik besefte dat ik geen schrijver wilde worden, dat ik het allang was. Ik durfde het alleen nog niet voluit te zijn.  Ook ik ontmoette verzet toen ik besloot mijn tijd voornamelijk aan schrijven te gaan besteden. Schrijf toch gewoon voor jezelf, je moet van je hobby geen vak maken, ik wil ook wel de hele dag tennissen, kritische geluiden waren er genoeg. En ook ik voelde angst: bijna geen schrijver kan leven van de pen. Waarom zou mij dat wel lukken?
Helena kreeg na haar besluit het ene na het andere teken dat ze de juiste weg gekozen had. Inez’ rigoureuze stappen lijken steeds nieuwe kansen op te roepen. En mij gebeurde iets soortgelijks. Ik voel mij geroepen verhalen te vertellen die belangrijk zijn om te delen. Toen ik eenmaal besloten had te zijn wie ik al was, kwam er een verhaal op mijn pad dat schreeuwde om verteld te worden. En zo ontstond mijn debuutroman Parnassia. Een boek met een missie.
Sinds ik het schrijverspad bewandel blijven de verhalen komen en ook de verzoeken om over mijn boeken te komen vertellen. Zo nu en dan doet een lezer een beroep op mijn coaching expertise: mijn romans maken latente vragen wakker. Ik heb nog steeds een eigen praktijk, maar nu vanuit de invalshoek van het schrijven.

               ‘Het klinkt allemaal heel romantisch en makkelijk,’ waarschuwde Inez het publiek. ‘Maar dat is het niet. Het gaat niet zonder verlies. Je geeft altijd iets op terwijl je nog niet weet wat ervoor in de plaats komt.’
Helena en ik waren het daar roerend mee eens.
‘Maar het is het wel waard.’ Ook daarover waren we eensgezind.

www.kuychi.nl