Ik ben net als de rest

De week van de psychiatrie heeft dit jaar als thema: baas in eigen leven. In de toelichting wordt gesproken over het belang voor mensen met een psychische aandoening van het houden van de regie.
Voor mij is de psychiatrie geen ver-van-mijn-bed-show. In de afgelopen decennia maakte ik twee keer een depressie door. Ook de euforie van de kant van de manie is mij niet vreemd. Gelukkig was ik altijd in staat min of meer regie te houden. In mijn geval betekende dat: op tijd toegeven dat het niet meer ging, hulp zoeken en aanvaarden. Mijn ervaring is dat daar ook meteen het gevaar schuilt van regieverlies. Maar al te vaak dreigt de hulpverlening te bepalen wat het beste is voor de cliënt. De cliënt weet inderdaad vaak niet meer wat hem kan helpen, dat maakt het lastig voor hulpverleners om de regie bij de cliënt te laten. Ik weet veel te goed hoe moeilijk het is om in mijn slechtste periodes te voelen wat goed voor mij is, om überhaupt nog iets te willen, om in beweging te komen. Toch was voor mij het slikken van medicatie altijd een grens. Mijn weerstand daartegen was zo groot dat het mij motiveerde andere wegen te zoeken: de op mindfulness gebaseerde cognitieve gedragstherapie in combinatie met hardlopen bleek een weg die beter bij mij past. En schrijven. Nooit stoppen met schrijven.

Steeds vaker komen in de media cijfers voorbij waaruit blijkt dat een groot deel van de Nederlandse bevolking aan een vorm van een stoornis zoals geclassificeerd in de DSM-V lijdt. Lang niet al die mensen hebben een diagnose. Velen zoeken met vallen en opstaan hun weg, met of zonder hulp van psychologen, alternatieve genezers, sportscholen, yogadocenten, loopgroepen, of gewoon het eigen netwerk. Huisartsen schrijven het grootste deel van de antidepressiva voor, verdere begeleiding ontbreekt nogal eens. Sint Janskruid is enorm populair onder sombere geesten. Heel veel mensen worstelen, maar redden het en houden regie. Anderen vallen zo nu en dan over de rand. Velen verzwijgen hun worsteling voor de buitenwereld. Wie een psychiatrische opname heeft meegemaakt loopt daar meestal niet mee te koop.

Op een dag besloot ik niet meer te zwijgen. Ik wilde niet meer blijven doen alsof ik het altijd wel redde, mijn leven onder controle had. Ik kon dat namelijk heel goed: glimlachen en gezellig zijn als er mensen om mij heen waren, zodra ze verdwenen stortte ik dan weer in het zwarte gat van de somberheid. De periodes dat ik het echt niet meer kon verstoppen, meldde ik mij ziek. Mijn werkgevers hebben nooit geweten wat mij mankeerde. Alleen mijn echtgenoot wist hoe het echt zat, ook voor mijn kinderen wist ik veel te verstoppen. Facebook bestond nog niet, maar eigenlijk liet ik de buitenwereld alleen mijn Facebook-leven zien, mooie plaatjes en succesverhalen.
Nu doe ik dat niet meer. Van tijd tot tijd gaat het niet goed met mij. Dan zeg ik afspraken af, mail mijn vrienden dat het niet zo goed gaat, thuis probeer ik aan te geven dat ik rust nodig heb. Ik vertel regelmatig over de gesprekken met mijn psychotherapeut. Ik houd de schijn niet meer op en juist daarmee pak ik opnieuw de regie over mijn leven. In lezingen over mijn romans, waarin beschadigde mensen worstelen met het leven en hun ouderschap, vertel ik over mijn eigen aanleg voor depressie en over de hobbels die dat toen ik jonger was opleverde voor mijn moederschap en mijn werk. Het delen van die ervaringen opent altijd het gesprek naar de verhalen van de mensen in de zaal, naar hun eigen moeite met leven en overeind blijven.

Zo nu en dan val ik terug in de oude gewoonte en zet mijn opgewekte masker op. Toch weet ik dat ik door eerlijk te zijn over wat er in mij leeft, de energievreter elimineer die het ophouden van de schijn steeds weer is. Toegeven dat ik in een dal zit doet vaak meteen het licht weer gloren. Mijn omgeving vragen mij op tijd af te remmen als ik in een te hoge versnelling schiet voorkomt ook veel ellende.
Ik kan het iedereen aanraden.

En toch: bij een werkgever uitspreken dat je iemand bent met wie het soms wat minder gaat, in belangrijk gezelschap niet in de lift stappen en zeggen dat je een fobie hebt, vertellen dat je een psychose hebt gehad, toegeven dat je al een half leven lang angstremmers en antidepressiva slikt, vertellen dat je opgenomen bent geweest in een psychiatrisch ziekenhuis; we doen het liever niet.
We doen net alsof we zijn als de rest. Maar wie is de rest als meer dan de helft van de bevolking somber, angstig of neurotisch is?

Dit is een verkorte versie van een artikel dat ik schreef voor Volzin.
Lees het hele artikel op www.volzin.nu/zwijgen-over-depressie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s